Cri du coeur natuurbrand De Hoge Venen voorpagina Dagblad Trouw
Met de natuurbrand op de Hoge Venen in België gaat niet alleen een geliefde plek in vlammen op. Het is iets groters, schrijft Denker der Nederlanden David Van Reybrouck. De zomer van 2026 laat zien dat klimaatverandering niet langer een ver toekomstscenario is. ‘De speeltijd is voorbij’.
Je ziet de beelden en je kan, wil ze niet geloven. Toch niet dáár, toch niet op die magische plek waar je zo vaak bent geweest. Je zoekt naar herkenningspunten, maar het vertrouwde landschap is herschapen in een onherkenbaar inferno van rode gloed, grijze mist en zwarte stompen. Waar je enkele winters geleden nog kniehoog in de sneeuw banjerde, gloort nu een verkoold landschap met naargeestige vormen.
Waar je in de herfst zo vaak het roestige water van de magnifiek krinkelende Helle zag schuimen onder een schilferende berkenboom – kraanvogels trokken over, klokkend als Orff-instrumenten – daar heerst nu de nacht. Veenpluis, pijpenstrootje, berken, dennen, mossen: allemaal as.
De Hoge Venen zijn de leegste plek van de Lage Landen, een mythisch oord dat we hebben bevolkt met verhalen en herinneringen. Belgen en Nederlanders zakten graag af naar deze laatste wildernis van de Benelux om er te wandelen, te langlaufen, vogels te kijken of een kop warme chocolademelk te drinken met de rug tegen een ouderwetse tegelkachel. Wie kwam er niet onder de indruk van het machtige uitzicht op de Fagne Wallonne? Misschien daarom dat het nu zo’n pijn doet.
Lees hier de hele tekst op de website van Dagblad Trouw